Nekpijn

De spierpijn die sommige mensen ervaren bij het gebruik van de cholesterolverlager statine, is het gevolg van een verstoring van de energieproductie in de spieren. Dat blijkt uit Nijmeegs onderzoek.

Eindelijk is bekend waarom het cholesterolverlagend medicijn statine soms spierpijn als bijwerking kan veroorzaken. Bij sommige mensen blijkt dit medicijn namelijk het omzetten van zuurstof in spiercellen te verstoren. Farmacoloog en toxicoloog Frans Russel van het Radboud UMC in Nijmegen publiceert hierover in Cell Metabolism op 1 september 2015.

Ongeveer een miljoen mensen in Nederland slikt dagelijks statine. Het verlaagt het cholesterolgehalte in het lichaam verkleint daarmee de kans op hart- en vaatziekten. Een van de bijwerkingen van dit middel is spierpijn, vergelijkbaar met de spierpijn die je voelt na een potje ongetraind voetballen. Zo’n 10 tot 30 procent van de statine-slikkers krijgt daarmee te kampen. Sommigen ondervinden zo’n hinder dat zij stoppen met het gebruik van het medicijn.

‘Statine komt voor in twee variaties: een zuur-vorm en een lacton-vorm,’ vertelt Frans Russel. ‘De zuurvariatie van statine remt de aanmaak van cholesterol in de lever, en is dus functioneel. De lacton-vorm kan spontaan in het lichaam ontstaan, en kan leiden tot spierpijn.’

Statine lijkt zich op te stapelen in spiercellen en zich om te vormen tot lacton. Vervolgens bindt het lacton zich aan de mitochondriën, dat zijn de energiefabriekjes van cellen. En in die mitochondriën verstoort het de omzetting van zuurstof naar ATP, de energie van een cel. ‘Dat proces is te vergelijken met sporten,’ zegt hij. ‘Als spieren te weinig zuurstof krijgen gaan ze melkzuur aanmaken, en daar krijg je spierpijn van.’

Frans Russel vindt het belangrijk dat nu bekend is hoe die spierklachten ontstaan, zodat er gewerkt kan worden aan een middel zonder lacton, om mensen die statine niet goed verdragen een alternatief te bieden.