Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Boston_Marathon_explosions_(8652971845)

Zet na een aanslag de televisie wat vaker op zwart. Het langdurig volgen van de berichtgeving over de aanslagen tijdens de marathon in Boston veroorzaakte bij sommigen een acute stressstoornis, zelfs vaker dan bij degenen die direct getuigen waren van de ramp.

Op 15 april van dit jaar, ongeveer twee uur nadat de winnaar van de marathon van Boston was gefinisht, ontploften twee bommen kort na elkaar in de buurt van het parcours. Bijna zesduizend anderen moesten toen nog finishen, maar de marathon werd meteen afgelast. Er vielen drie doden en 264 mensen raakten gewond. Vanzelfsprekend versloegen de Amerikaanse media de aanslagen uitgebreid. De media-aandacht werd versterkt door de klopjacht op de verdachten. Door de aanwezige camera’s bij de marathon waren er expliciete beelden (pas op!) beschikbaar van de ontploffingen die in de media eindeloos circuleerden.

Mediaramp

De aanslagen in Boston zijn dus net zo goed een mediaramp. Onderzoekers van de Universiteit van Californië in Irvine onderzochten het ontwikkelen van een acute stressstoornis bij directe en indirecte getuigen van de aanslagen in Boston. Directe getuigen zijn mensen die zelf in de buurt van de aanslagen waren of iemand kennen die in de buurt was, gewond raakte of overleed. Indirecte getuigen volgden de ramp via de media.

De onderzoekers bevestigen dat de mediagebruikers last kunnen krijgen van psychologische stoornissen zoals stress als gevolg van schokkende televisiebeelden. Intensieve verslaggeving verspreidt de impact van een aanslag en verandert het in een collectief trauma, met ernstige gezondheidsproblemen tot gevolg. Lang piekeren over negatieve situaties uit het verleden kunnen het angstcircuit in de hersenen activeren, dat veel voorkomt bij posttraumatisch stresstoornissen (PTSS). Circulerende beelden van een ramp werken als het herhaaldelijk herinneren aan schokkende momenten en kunnen dus leiden tot stressgerelateerde symptomen.

Peter Vasterman, mediasocioloog aan de Universiteit van Amsterdam, is niet verbaasd over de onderzoeksresultaten. ‘De aanslagen in Boston veroorzaakten zulke gigantische nieuwsgolven,’ vertelt Vasterman, ‘de jacht op de daders, verhalen over jonge slachtoffers, eindeloze speculaties… dat dat indruk maakt, lijkt me heel aannemelijk.’ Vasterman deed zelf onderzoek naar mediahypes, rampen en gezondheidseffecten.

Zes uur per dag

Om hun hypothese te staven vroegen de onderzoekers aan bijna vijfduizend Amerikanen een vragenlijst in te vullen over hun mediagebruik en psychologische status. Ze ontdekten dat indirecte blootstelling aan een ramp soms een groter psychologisch effect kan hebben dan een directe confrontatie, die kan eindigen wanneer de acute fase van de gebeurtenis eindigt.

Degenen die meer dan zes uur per dag in de week na de aanslagen de berichtgeving over de ramp volgden, hebben negen keer meer kans op hoge acute stress dan de minimale mediagebruikers en zelfs meer dan de directe getuigen zelf. Elk uur extra berichtgeving leidt tot een verdere toename van stress. Het kijkgedrag en de mentale gezondheid van de respondenten vόόr “Boston” verklaren deze resultaten niet. De wetenschappers publiceerden hun resultaten in het vakblad PNAS.

Voorheen werd aangenomen dat directe getuigen het grootste risico liepen op stressgerelateerde stoornissen. Het is echter ook aangetoond dat angststoornissen en flashbacks, twee essentiële processen die worden geassocieerd met de ontwikkeling van PTSS, ook bij filmkijkers voorkomen.

Persoonlijke factoren

‘Het is moeilijk om stress bij grote groepen te vergelijken,’ zegt Vasterman. ‘Daarvoor moet je zoveel factoren constant houden, dat is haast onmogelijk. Degenen die meer verontrust zijn over de ramp zullen bijvoorbeeld het nieuws beter in de gaten houden.’

Ook de onderzoekers geven toe dat hun bevindingen aan omgevings- en persoonlijke factoren onderhevig zijn. Hulpverleners zouden de acute stress bij directe getuigen kunnen hebben gesust. Daarentegen had het onderzoeksteam de beschikking over informatie van de respondenten voordat de aanslagen werden gepleegd. Data over kijkgedrag en psychische gezondheid voor de aanslagen bevestigt dat iedereen evenveel risico loopt op acute stress, niet alleen de kwetsbare groepen.

Framing

‘De berichtgeving is de laatste tijd gigantisch toegenomen,’ vertelt Vasterman. ‘De gebeurtenis wordt enorm uitvergroot en eindeloos herhaald. In Boston zijn drie doden gevallen, dat moet je wel relativeren. Hoe groot is de kans dat je zelf slachtoffer wordt van een terroristische aanslag?’

Waarom is relativering zo moeilijk? Het kader waarin verhalen in de media worden verteld, framing, kan te sterk zijn om je als kijker tegen te verzetten. ‘De media vergeleken Boston met 9/11. Daarmee zet je het in het kader van een terroristische aanslag tegen de Verenigde Staten als geheel. Daardoor wordt ook de maatschappelijke betekenis en de bijbehorende riscio’s overtrokken. Dan zijn de verhoudingen zoek,’ zegt Vasterman.

Regulatie

Nu het effect van berichtgeving van rampen op de volksgezondheid blijkt, zouden kijkers gewaarschuwd moeten worden bij rampennieuws, zeggen de onderzoekers. Bovendien zouden zorgverzekeraars hun cliënten moeten adviseren om na een aanslag zo min mogelijk het nieuws te kijken. Hoe ver moet de overheid gaan om dit soort mediabeelden te reguleren?

Volgens Vasterman is dat erg moeilijk. ‘De overheid kan de framing wel beïnvloeden,’ zegt hij, ‘door bijvoorbeeld een relativerende en geruststellende boodschap uit te dragen.’ Bovendien moeten de media bewust zijn van hun effecten op de kijker. ‘Dit ging mis bij de Bijlmerramp, waar de nadruk te sterk kwam te liggen op complottheorieën en het vrijkomen van giftige stoffen dat in de doofstop zou zijn gestopt.'

‘Journalisten zijn niet de verslaggevers die langs de zijlijn staan,’ zegt Vasterman. ‘Ze hebben invloed op de politiek en de bevolking. Ze moeten daar verantwoordelijk mee omgaan.’

Zelfbewuste journalisten of niet, schokkende beelden zijn niet altijd goed voor je gemoedstoestand. Als je denkt dat je relativeringsvermogen tekortschiet, dan kun je maar beter de televisie en je Twitteraccount na een aanslag vermijden.