Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
ijsbad

Schaatsers en andere topsporters gaan na een training een paar minuten in koud water zitten. Heeft dat echt zin?

 

Goud, zilver en brons op de 5000 en 500 meter zijn binnen voor de Nederlandse heren, nu de 10.000 meter nog. Als dat lukt, schrijven ze dit ongetwijfeld mede toe aan het feit dat ze na een zware training of wedstrijd in een ton ijsgekoeld water zijn gaan zitten. Dit type hydrotherapie (ook de variant met warme en koude wisselbaden wordt toegepast) zou het herstel na inspanning bevorderen en is door Kramer en zijn collega’s omarmd.

Nu is de topsport een sector die bekend staat om zijn goedgelovigheid waar het gaat om geheime trucs en trainingsmethoden. Daarom aan Matthijs Hesselink, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht, de vraag: heeft dit zin? ‘De uitkomsten van onderzoek naar hydrotherapie zijn nogal subjectief en zeker niet consistent,' stelt hij.

Melkzuur
De motivatie is: na een zware training of wedstrijd produceren de spieren van een atleet allerlei afvalstoffen, zoals melkzuur, die lang in het lichaam kunnen blijven, en er ontstaan ook microscopische beschadigingen in de spieren, eigenlijk een soort slijtage. Bij voldoende rust herstelt dat volledig en wordt het lichaam zelfs sterker dan het was (de zogeheten supercompensatie).
Maar tijdens een intensief trainingskamp en in meerdaagse wedstrijden, zoals een wielerronde, is die hersteltijd er niet. Renners in de Tour de France, bijvoorbeeld, verliezen spiermassa naarmate Parijs nadert en hun prestaties gaan langzaam maar zeker achteruit. Als je sneller herstelt kun je intensievere training aan, zodat (hopelijk) de prestaties extra verbeteren, en hetzelfde geldt voor wedstrijden die snel op elkaar volgen.

Bloedtoevoer
Hydrotherapie moet dus de afvoer van afvalstoffen bevorderen. Maar koud water zorgt er toch juist voor dat bloedvaten zich samentrekken en de bloedtoevoer vermindert? Volgens Hesselink is het idee erachter: 'Op het moment dat je er uitstapt, komt de bloedtoevoer weer extra sterk op gang.'

Bij onderzoek naar het effect van een koud waterbad of wisselbaden zeggen sporters weliswaar dat ze de volgende dag minder stijve spieren hebben, maar dat blijkt lang niet altijd tot uiting te komen in betere prestaties dan bij sporters die niets bijzonders deden.
In de onderzoeken waar wel een effect gevonden werd, presteren sporters enkele uren of een dag na een zware inspanning rond de 1 procent beter.
Het is echter vrijwel onmogelijk om het placebo-effect uit te sluiten; een sporter weet immers of hij in koud of warm water is gaan zitten of verplicht niets deed tussen twee trainingen. Als het effect reëel is, is het aan de top zeer de moeite waard: zo was het verschil tussen goud en brons over twee 500 meter-races voor heren in Sotsji slechts 0,13/69,34 = 0,00188, ofwel nog geen 0,2 procent.

Radicalisering
Overigens, de sporters gaan niet letterlijk in ijswater – water van 0 graden celsius – zitten, maar in leidingwater dat met wat blokken ijs die bovenin drijven gekoeld wordt tot tussen de 10 en 15 graden. Dat voelt al heel koud aan, maar tien minuten of langer in echt ijswater zitten is gewoon niet te harden. Toch ziet Hesselink ook op dit terrein radicalisering: 'In de sport denken ze al gauw: als tien minuten in water van vijftien graden helpt, dan werkt een kwartier in water van vijf graden vast nog beter.' Dat is bijzonder onwaarschijnlijk; voorzover de onderzoeken een effect aantoonden, verdween dit weer bij langer dan tien minuten chillen.

Overzicht van onderzoek naar herstel-technieken in de sport