Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Herculanaeum

De ontdekking van lood in Romeinse inkt biedt hoop voor de beroemde papyrusrollen van Herculaneum.

Een internationale groep wetenschappers heeft lood in Romeinse inkt ontdekt. Verrassend, want tot nu toe werd gedacht dat lood pas in de 4e eeuw na Christus voor het eerst aan inkt werd toegevoegd als pigment. Ze deden hun ontdekking op twee stukjes van de wereldberoemde papyrusrollen van Herculaneum, een dorpje dat in het jaar 79 door de uitbarsting van de Vesuvius overspoeld werd door lava en as. Dankzij de ontdekking van lood in Romeinse inkt hopen papyrologen dat zelfs de zwaarst beschadigde rollen toch leesbaar worden. De onderzoekers publiceerden hun resultaten deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences

De uitbarsting van de Vesuvius bedolf niet alleen het bekendere Pompei, maar ook het kleinere en dichter bij de vulkaan gelegen Herculaneum, vooral bestaande uit villa’s van rijke Romeinen. De villa’s werden bedekt onder een twintig meter dikke laag lava en as. 

Halverwege de 18e eeuw werd Herculaneum opgegraven, waarbij ook de zwaar gehavende resten van een Romeinse privé-bibliotheek bloot kwamen te liggen. Daarin lagen zo’n 1800 grotendeels verkoolde papyrusrollen, waarvan de eerste ontdekkers zelfs dachten dat het stokjes steenkool waren.

In de loop van de afgelopen eeuwen zijn talloze wat beter bewaarde papyrusrollen stukje bij beetje voorzichtig uit elkaar gehaald en geanalyseerd. Uit de analyses van stukjes handgeschreven teksten weten we dat de bibliotheek veel filosofische werken bevatte die in het Grieks waren geschreven. Op een van de papyrusrollen stond ook een in het Latijn geschreven komedie. Allemaal uiterst waardevol cultuurhistorisch materiaal, want uit de klassieke oudheid zijn verder geen bibliotheken bewaard gebleven. 

Zeshonderd papyrusrollen waren echter zo zeer verkoold dat het onmogelijk is om ze uit te rollen zonder ze volledig kapot te maken. Sinds enige jaren wordt geprobeerd om die rollen met de modernste röntgenscantechnieken toch leesbaar te maken zonder ze uit elkaar te hoeven halen. Maar de vooruitgang was traag. Donkere letters lieten zich maar moeilijk onderscheiden van het deels verkoolde en dus donker geworden papyrus. 

De ontdekking van lood in de Romeinse inkt kan met name de zwaarst gehavende rollen toch leesbaar maken. Een internationale groep onderzoekers trof de loodsporen aan toen ze twee papyrusstukjes onderzochten met een krachtige deeltjesversneller, het Europese Synchrotron in Grenoble. Die deeltjesversneller maakt röntgenstraling die honderd miljard maal krachtiger is dan de röntgenstraling in ziekenhuisscanners.

Herculanaeum papyrusrollen

Dankzij deze krachtige straling kunnen de onderzoekers als het ware door een papyrusrol heen kijken en proberen te ontdekken welke letters er op staan geschreven. De gebruikte techniek is een gevoeligere en technisch nog verfijndere versie van de bekende CT-scanners die ziekenhuizen gebruiken om weefsels in het menselijk lichaam driedimensionaal zichtbaar te maken. 

Tot nu toe hebben de wetenschappers alleen twee kleine stukjes papyrus onderzocht, waarop ze inderdaad letters kunnen onderscheiden. Maar omdat ze nu weten dat er lood in de inkt zit, kunnen ze de röntgenscanner zodanig fijnregelen dat ze zelfs teksten op de zwaarst verkoolde papyrusrollen hopen te ontrafelen. In juli beginnen de onderzoekers met het scannen van meerdere papyrusrollen uit de Nationale Bibliotheek van Napels. 

Dirk Obbink, hoogleraar papyrologie en Griekse literatuur aan de Universiteit van Oxford, reageerde verheugd op het nieuws: 'Tot nu toe had ik niet verwacht dat we ook maar een van die rollen tijdens mijn leven zouden kunnen lezen zonder ze te beschadigen. Maar nu geloof ik er in.'

Emmanuel Brun et al. Revealing metallic ink in Herculaneum papyri. PNAS, 20 maart 2016.

Bekijk ook deze interessante documentaire over de bibliotheek van Herculaneum.

Wetenschapsjournalist Bennie Mols vertelde ook over dit onderzoek in het radioprogramma De Ochtend.