Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
gabo glas gebroken

Kunstenaar Naum Gabo was een van de eersten die aan de slag ging met de “materialen van de toekomst”, zonder voldoende rekening te houden met de vergankelijkheid hiervan. Dit liep voor een aantal van zijn kunstwerken dan ook niet goed af.

De reden dat Naum Gabo met kunststof aan de slag ging, was de kunststroming die hij aanhing: het constructivisme. Kunstenaars in deze stroming wilden kunst maken zonder schoonheid en gevoel, maar “zoals het universum bouwt”. Het ging om rechte lijnen en geometrische vormen.

Gabo koos celluloid voor veel van zijn kunstwerken, aangezien dit een licht en buigzaam materiaal was, waardoor hij precies de vormen kon maken die hij wilde. Zijn voorbeeld werd door andere constructivistische kunstenaars gevolgd.

Biljartballen

Helaas bleek celluloid niet het onverwoestbare materiaal waar men op had gehoopt. Om even een zijweggetje in te slaan: ooit waren alle biljartballen gemaakt van ivoor. Toen het erop leek dat olifanten zouden gaan uitsterven, loofde een grote biljartbalfabrikant een geldprijs van tienduizend dollar uit aan de persoon die een niet-ivoren biljartbal kon creëren. Uitvinder John Wesley Hyatt mengde nitrocellulose met alcohol en een soort wax dat kamfer heet en voilá: celluloid was geboren.

Het materiaal liet echter wat te wensen over: het was extreem gevoelig voor ontploffing. Dit kon zelfs gebeuren wanneer de ballen elkaar hard raakten. Niet erg handig dus voor een biljartbal.

Verkruimeling

Hoewel Gabo’s kunstwerken niet met regelmaat tegen elkaar aan knalden, bleek de onhoudbaarheid van zijn materialen binnen een aantal jaren. Zijn kunstwerk Construction in Space: Two Cones bevond zich in het Philadelphia Museum of Art toen het celluloid bruin verkleurde en compleet begon te verkruimelen. Gabo schrok zich te pletter. Hij dacht in eerste instantie dat het museum zijn kunstwerk had vernield, maar verval trad bij meer werken van celluloid op.

Gabo probeerde het werk te repareren, maar het mocht niet baten: er was niets meer aan te doen. Het was een schok dat een “materiaal van de toekomst” zo kwetsbaar bleek te zijn. Maar deze kunstwerken van celluloid waren niet de enige werken van Gabo die de tand des tijds niet konden weerstaan.

Het ding

In 1957 werd Gabo gevraagd een beeld te bouwen als onderdeel van de Bijenkorf in Rotterdam. Gabo weigerde het een naam te geven, en wanneer hij erover sprak noemde hij zijn kunstwerk “het ding”. Het ding is een schijnbaar stevige constructie van staal, buis en draadgaas. Het is nu nog steeds het grootste constructivistische kunstwerk dat ooit in de openbare ruimte is geplaatst. Helaas vertoonde het ding al na een paar jaar roestplekken. Toen het in 1960 voor de derde keer werd schoongemaakt, vloog het ook nog eens in brand waardoor er niet veel meer over bleef dan een zwartgeblakerd restant.

Hoewel de gemeente Rotterdam opnieuw een grootschalige restauratie heeft uitgevoerd in 1997, is de verroesting inmiddels verergerd. Ook zijn er verschillende draden losgeraakt en verdwenen, en het gaas heeft duidelijk betere tijden gekend.

Het ding gabo constructie

Materialen van de toekomst

We zouden kunnen zeggen dat Gabo pech had met bepaalde materiaalkeuzes, of beter had moeten opletten. Nieuwe generaties kunstenaars namen vaak juist het on-duurzame van moderne materialen als onderwerp. Het optimisme van Gabo en zijn vertrouwen in de toekomstige materialen in de architectuur, is echter weer teruggekeerd in het 3D-printen. Vooral printen met gerecycelde materialen lijkt mogelijkheden te bieden. Een Amsterdams architectenbureau probeert zelfs een heel Amsterdams grachtenhuis te 3D-printen! Wie kunst wil behouden moet zeker nadenken over de materialen waarmee het wordt vervaardigd, maar experimenteren met nieuwe materialen kan leiden tot ontdekkingen die we nooit voor mogelijk zouden houden.

3D print grachtenhuis

Ontdek meer in de special