Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Pillen/medicijnen

Het resistentieprobleem groeit. Waarom ontwikkelt de industrie geen nieuwe antibiotica? Volgens professor Huub Schellekens heeft dit te maken met een probleem dat zich niet beperkt tot antibiotica: ‘Ik voorspel dat de volgende crisis de farmaceutische industrie betreft.’

‘We leven in een bijzondere paradox. We hebben nog nooit zoveel geïnvesteerd in de medische industrie en daar is nog nooit zo weinig uitgekomen,’ zegt Huub Schellekens, hoogleraar medische biotechnologie aan de Universiteit Utrecht. Het aantal nieuwe medicijnen dat op de markt komt is dramatisch laag.

‘Nieuwe medicijnen worden steeds duurder en voegen nagenoeg niks toe aan wat artsen nu aan patiënten kunnen voorschrijven,’ stelt Schellekens. Hij denkt dat het binnen vijf jaar niet meer lonend is om medicijnen te ontwikkelen omdat ze dan te duur zijn voor de markt: ‘Dan verwacht ik dat net als bij de bankencrisis, een grote farmaceut omvalt en een nieuwe crisis veroorzaakt.’ Volgens Schellekens heeft de farmacie een nieuw businessmodel nodig.

‘De industrie geeft als reden voor het geringe aantal nieuwe medicijnen dat de laaghangende vruchten allemaal al geplukt zijn,’ zegt Schellekens. Dat wil zeggen dat volgens de farmaceuten makkelijk te ontwikkelen medicijnen allemaal al bestaan. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar antibiotica, zie je dat er juist een enorme vraag naar nieuwe soorten is omdat bacteriën hier resistentie tegen ontwikkelen. Ook zijn er technologische mogelijkheden: door genoomonderzoek zijn de zwakke plekken van bacteriën veel beter bekend dan voorheen, wat mogelijkheden biedt voor nieuwe antibiotica. Schellekens: ‘De echte reden dat er geen nieuwe antibiotica ontwikkeld worden, is dat de industrie er geen brood in ziet.’ Volgens Schellekens is dat een logisch gevolg van het huidige systeem: de aandeelhouders gaan vóór de patiënten.

‘De farmaceuten hebben een exclusieve positie, daardoor kunnen ze zoveel geld vragen als ze willen,’ draagt Schellekens aan als tweede probleem. Als voorbeeld noemt hij de behandeling van de ziekte van Pompe die 700.000 euro per jaar per patiënt kost. Bij de ontwikkeling van zo’n medicijn zijn volgens de farmaceutische industrie miljarden gemoeid. Schellekens: ‘Het grootste deel van dat bedrag is kapitaalverlies. Ze zeggen: als we het in een parkeergarage hadden gestopt hadden we 6,5 procent per jaar kunnen verdienen.’ De eigenlijke kosten voor het ontwikkelen van een medicijn zijn volgens Schellekens hooguit 100 miljoen euro.