Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Vies van vreemdelingen
Hoe meer besmettelijke ziekten er in een gebied rondwaren, hoe sterker de plaatselijke cultuur geneigd is om alles te veroordelen wat afwijkt, concluderen Amerikaanse biologen en Canadese psychologen uit een wereldwijde vergelijking. Maar hun bewijs rammelt.

Wantrouwen tegen vreemdelingen zit in veel culturen ingebakken. Vaak gaat dat samen met een sterke nadruk op tradities en de gemeenschappelijke identiteit binnen de eigen groep. Hoe is dat zo ontstaan, en waarom is er in de ene cultuur meer ruimte voor afwijkend gedrag dan in de andere?

Het zou wel eens te maken kunnen hebben met besmettelijke ziekten, meent Corey Fincher. Hij is bioloog aan de universiteit van New Mexico (VS) en richt zich de laatste jaren vooral op menselijk gedrag. 'Ik ben vooral geïnteresseerd in normen en waarden, en waarom die over de hele wereld verschillen', zegt hij aan de telefoon. Samen met collega Randy Thornhill en twee psychologen van de universiteit van Brits Columbia (Canada) deed Fincher een onderzoek naar de samenhang tussen infectieziekten en culturele verschillen. De resultaten staan in het vakblad Proceedings of the Royal Society B.

Fincher: 'We verwachtten dat culturen een grotere afkeer van buitenstaanders zouden hebben, naarmate er meer ziekteverwekkers in het gebied voorkwamen. En dat is ook wat we gevonden hebben.' De afkeer van iedereen buiten de eigen groep zou zich volgens Fincher hebben ontwikkeld onder druk van de ziekteverwekkers.

Zijn redenering is als volgt: wie afstand houdt van vreemdelingen, loopt minder kans op een dodelijke infectie. Die strategie leidt daarom tot langer overleven, meer nageslacht, en zo zal de xenofobie zich stevig in de cultuur vestigen als er veel besmettelijke ziekten rondwaren.

Dat heeft voor de betreffende cultuur echter niet alleen voordelen. Een samenleving kan nuttige vernieuwingen en voordelige handelscontacten mislopen. Bovendien is seks met vreemdelingen goed om genetische verarming tegen te gaan. Als er relatief weinig kans is op nare ziekten, zal het dus beter zijn om een wat opener houding aan te nemen. Een cultuur kan dus veranderen onder invloed van ziekteverwekkers, meent Fincher. Of het nu is doordat mensen succesvol gedrag van elkaar overnemen of doordat mensen met aanleg voor een open houding gewoon uitsterven in gebieden met veel overdraagbare ziekten.

Een interessante theorie, maar bewijs maar eens dat hij klopt. Fincher en zijn collega’s hebben een poging gedaan. Ze verzamelden gegevens over het voorkomen van bepaalde besmettelijke ziektes in allerlei landen en legden die naast de uitkomsten van psychologische tests.

En inderdaad: hoe meer de ziekten ergens voorkwamen, hoe minder de plaatselijke bewoners op hadden met afwijkend gedrag en mensen die buiten hun eigen groep vielen. Fijn voor de onderzoekers dat ze hun vermoeden konden bevestigen, maar een nadere blik op het bewijsmateriaal zaait twijfel. Om te beginnen is het meten van de kenmerken van een cultuur natuurlijk een lastige zaak. Wat meet je precies?

Fincher en zijn collega’s gebruikten een viertal eerdere studies naar persoonlijkheidskenmerken om de mate van "individualisme" of zijn tegenhanger, "collectivisme" in kaart te brengen. Een van die eerdere onderzoeken is van de Nederlander Gert Hofstede, die meer dan honderdduizend werknemers van computergigant IBM in 68 landen ondervroeg, niet bepaald een dwarsdoorsnede van de bevolking. Zeker als je bedenkt dat er op het hoofdkantoor in Dallas waarschijnlijk een ander karakter van pas komt dan aan de lopende band in een lagelonenland.

Een van de andere onderzoeken komt ook uit de zakenwereld: het is de "Global Leadership and Organizational Behaviour Effectiveness"- studie (GLOBE), gehouden onder ruim zeventienduizend managers uit zestig landen. Ook daarbij kun je je afvragen of de uitkomst een goede afspiegeling is van de lokale cultuur. Niet ideaal dus, die ‘cultuurmeting’. Maar bij de ziekten rammelt het bewijs pas echt.

Want waar keken de onderzoekers naar? Ze haalden gegevens uit de oude ziekteatlassen over de verspreiding van negen ziekteverwekkers. De leishmania-parasiet, trypanosomen, malaria, schistosomen, filaria, de lepra-bacterie, knokkelkoorts, tyfus en tuberculose. Vooral tropische ziekten, dus het is geen wonder dat zuidelijke landen hier hoger scoren.

Maar het ergste is, dat zes van de acht ziekten helemaal niet van mens op mens worden overgedragen. Schistosomen loop je op in zwemwater en de andere vijf liften mee met vliegende insecten. Het mijden van sociale contacten buiten je eigen groep beschermt je dus helemaal niet tegen deze ziekten.

Geconfronteerd met die kritiek, zegt Fincher dat het volgens hem wel meevalt. 'Malaria wordt dan wel overgedragen door een mug, maar je hebt wel een besmet mens nodig om die mug te besmetten. Zo’n mug komt niet ver, dus het heeft wel degelijk zin om vreemdelingen uit je gebied te weren. En zo is het ook met die andere ziekten.'

Hij blijft dus bij zijn conclusie. In vervolgonderzoek hoopt hij te achterhalen of groepen mensen vaker splitsen als er meer besmettelijke ziekten in hun leefgebied voorkomen. Als ziekteverwekkers inderdaad een "eigen groep eerst"-houding uitlokken, zou dat zo moeten zijn.

Corey Fincher, Randy Thornhill, Damian Murray en Mark Schaller: ‘Pathogen prevalence predicts human cross-cultural variability in individualism/collectivism’, Proceedings of the Royal Society B, 26 februari 2008