Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

schaak computer

Precies twintig jaar na zijn legendarische verlies tegen supercomputer Deep Blue blikt Garry Kasparov in zijn nieuwe boek Deep Thinking terug op een periode waarin schaakcomputers zich ontwikkelden van lachwekkend tot onverslaanbaar. Voormalig wereldkampioen Kasparov gebruikt zijn terugblik om tegelijkertijd vooruit te kijken: wat kunnen we uit zijn ervaringen leren over hoe we in de nabije toekomst moeten omgaan met steeds slimmere computers?

Mens vs. Machine

Mens vs. Machine

Schaken is lang gezien als toppunt van menselijke intelligentie. Als computers nou eens net zo goed of nog beter zouden kunnen schaken dan mensen, dan zouden computers alles kunnen wat de menselijke geest ook kan, zo was het idee. Daar bleek weinig van te kloppen. Of, zoals Kasparov schrijft: het is voor een computer moeilijker om schaakstukken op het bord te verplaatsen dan om een sterke zet uit te dokteren. Waar mensen goed in zijn, zijn machines vaak slecht in, en andersom. Deze zogeheten Paradox van Moravec keert geregeld terug in het boek.

Schaakcomputer is product van menselijke creativiteit

Uiteindelijk werden schaakcomputers voor mensen onklopbaar door een combinatie van steeds snellere computerchips en steeds betere zoekalgoritmen. Maar deze ontwikkeling had weinig te maken met het nabootsen van menselijke intelligentie.

Sowieso kant Kasparov zich tegen de vaak gebruikte framing die de mens steeds maar weer tegenover de machine zet. Hoewel de mens uiteindelijk van de schaakcomputer verloor, was dit verlies tegelijkertijd ook een overwinning voor de mens, schrijft de voormalig wereldkampioen. De mens heeft de computer uitgevonden en steeds beter laten schaken. De slimme machine is een product van menselijke creativiteit.

Kasparov zag zijn strijd tegen schaakcomputers als een interessant wetenschappelijk experiment. Liever nog had hij gezien dat wetenschappers veel meer hadden geprobeerd om computers te laten schaken zoals mensen dat doen: veel meer met het herkennen van patronen in stellingen dan met brute rekenkracht zoveel mogelijk posities proberen door te rekenen.

Kasparov speelde ver onder zijn niveau

Het boek werkt vakkundig toe naar wat elke liefhebber van het schaakspel of van kunstmatige intelligentie graag wil weten: wat gebeurde er nou precies tijdens de match tussen Kasparov en IBM supercomputer Deep Blue in 1997? Het verlies van Kasparov werd wereldnieuws. Het vakgebied kunstmatige intelligentie beschouwt de winst van Deep Blue als een hoogtepunt. Het aandeel IBM schoot omhoog, maar Deep Blue zou nooit meer een partij schaken, tot teleurstelling van Kasparov.

Kasparov vertelt in Deep Thinking dat hij in 1997 niet verloor van een computer die beter kon schaken, maar van een IBM-team dat allerlei psychologische trucs uit de kast haalde om hem te doen verliezen. Hij verloor van zijn eigen emoties en speelde ver onder zijn niveau. “Weliswaar heeft IBM niet vals gespeeld”, schrijft Kasparov, “maar ze hebben wel de grenzen opgezocht van wat ethisch aanvaardbaar is om een tegenstander uit balans te brengen.”

Psychologische oorlogsvoering

Zo mocht Kasparov van tevoren geen enkele partij van Deep Blue inzien en bleef de machine tot aan partij 1 voor hem een zwarte doos. En dat terwijl het IBM-team, met daarbij enkele sterke schaakgrootmeesters, alle partijen van Kasparov had kunnen analyseren. Die kennis gebruikten ze onder andere om enkele zetten te programmeren die schakers als typisch menselijk beschouwen en die Deep Blue uit zichzelf nooit zou spelen. Dat bleek een gouden greep want Kasparov raakte in de tweede partij totaal van slag door een zet die hij als ‘menselijk’ beschouwde. Hij begreep niet hoe de computer dit voor elkaar kreeg en gaf op in een stelling die achteraf remise bleek.

Pikant is ook dat alle medewerkers uit het IBM-team een non-disclosure agreement hadden getekend waarin stond dat ze tien jaar lang helemaal niks mocht vertellen over hun werk aan Deep Blue. En het toppunt van psychologische oorlogsvoering was wel dat IBM speciaal Russisch sprekende beveiligers had ingehuurd in de rustzone van Kasparov en zijn secondanten mochten komen en zo mee konden luisteren.

Kunstmatige intelligentie maakt ons meer mens

Kasparov beschrijft fraai hoe vreemd het voelt om tegen een machine te spelen die geen emoties kent, geen tijdsdruk ervaart en niets begrijpt van de cultuur van het spel. Daardoor moest hij zelf anders gaan schaken: anti-computerschaak, zoals hij het noemt. Maar het was ook anti-Kasparov-schaak, tot zijn verdriet.

Kijkend naar de toekomst, is Kasparov heel positief over kunstmatige intelligentie. Hij denkt dat deze ons meer mens maakt, doordat we meer kunnen doen wat mensen van machines onderscheidt: creativiteit, nieuwsgierigheid, schoonheid, plezier. De Paradox van Moravec zullen we volgens hem terugzien op vele terreinen waar slimme machines momenteel oprukken. We moeten deze nieuwe technologie omarmen vindt de grootmeester, anders dreigt stagnatie en uiteindelijk zelfs achteruitgang.

Het onderwijs is te conservatief

Wat betreft het verlies van sommige soorten banen schrijft hij: “Het romantiseren van het verlies van banen aan technologie is niets beter dan te klagen dat antibiotica zoveel grafdelvers werkloos heeft gemaakt”. Dat banen van karakter veranderen is inherent aan menselijke ontwikkeling, schrijft Kasparov.

Ten slotte betoogt Kasparov dat de onderwijswereld veel te conservatief is in het omarmen van nieuwe technologie: “De overheersende houding is dat onderwijs te belangrijk is om risico’s te nemen. Mijn antwoord daarop is dat onderwijs te belangrijk is om geen risico’s te nemen. We moeten uitvinden wat werkt en de enige manier om daar achter te komen is door te experimenteren. De kinderen kunnen dat aan. Zij doen dat al uit zichzelf. Het zijn de volwassenen die bang zijn.”

Garry Kasparov. Deep Thinking − Where machine intelligence ends and human creativity begins. Mei 2017, PublicAffairs.