Ogen omhoog kijken

Een veel voorkomende behandeling voor angststoornissen is het terughalen van traumatische herinneringen terwijl de patiënt oogbewegingen maakt. Het was lang onduidelijk waarom het bewegen van de ogen helpt bij de verwerking. Linda de Voogd van het Radboudumc bestudeerde de breinmechanismen achter oogbewegingstherapie. Morgen promoveert ze op haar onderzoek.

Het bewegen van je ogen blijkt een effectieve behandeling tegen posttraumatische stresstoornis (PTSS). Deze therapie heet Eye Movement Desensitization and Reporcessing (EMDR). Volgens Linda de Voogd wordt EMDR in Nederland zelfs even vaak toegepast als de meer traditionele behandeling voor PTSS, cognitieve gedragstherapie.

PTSS-behandelingen

Bij cognitieve gedragstherapie speelt exposure (blootstelling) een belangrijke rol. Hierbij denkt de patiënt, onder begeleiding van een therapeut, zo levendig mogelijk terug aan de traumatische gebeurtenis.

Bij EMDR denken patiënten terug aan het trauma terwijl ze de hand van de therapeut volgen met hun ogen. Deze oogbewegingen zorgen er dan voor dat de herinneringen aan de traumatische gebeurtenis minder worden. ‘Maar het was tot nu toe nooit helemaal duidelijk hoe dat komt’, aldus De Voogd.

Minder activiteit in hersengebied door oogbewegingen

Om daar meer over te weten te komen, legden De Voogd en haar collega’s 24 gezonde proefpersonen op drie achtereenvolgende dagen in een breinscanner. Op de eerste dag leerden de proefpersonen door middel van schokjes bang te zijn voor vierkantjes in een bepaalde kleur.

De onderzoekers stelden de deelnemers de volgende dag weer bloot aan deze beangstigende figuurtjes, maar nu zonder schokje. Een deel van de proefpersonen moest na het zien van zo’n vierkantje de ogen bewegen door een stip op het scherm te volgen. De onderzoekers ontdekten dat de amygdala, een gebied dat betrokken is bij het opslaan van emotionele gebeurtenissen, minder actief was bij de mensen die hun ogen bewogen.

Op de laatste dag liet De Voogd de proefpersonen het enge vierkantje weer zien, om te kijken of de angst was verdwenen. De onderzoekers bepaalden de mate van angst door de zweetreactie te meten. Hieruit bleek dat de deelnemers die de oogbewegingen hadden gemaakt minder zweetten bij het zien van het figuurtje en dus minder bang waren.

Terugdenken kan een herinnering veranderen

Wat De Voogd en haar collega’s denken, is dat het maken van oogbewegingen energie kost, omdat je moet opletten. Hierdoor is er minder energie over voor andere hersengebieden, zoals de amygdala. Wanneer je aan een gebeurtenis denkt dan is deze kwetsbaar totdat deze opnieuw is opgeslagen in het brein. Dit geldt ook voor hele oude herinneringen. Doordat bepaalde hersengebieden minder actief zijn, zoals bij het maken van oogbewegingen, denk je er op een andere manier aan en slaat het brein de herinnering op een andere manier op.

De vraag blijft nu nog of je de herinnering zelf echt vergeet, of dat de emotionele lading bij die gedachte verandert. De Voogd en haar collega’s zijn nu bezig met een vervolgonderzoek om dit te achterhalen.