De Poolse wetenschapsjournalist en bioloog Wojtek Mikoluszko bezocht de zone in 2010. Hij laat per e-mail weten: ‘Door de straling beschadigde individuen gingen eerder dood en werden een gemakkelijkere prooi. De gezonde dieren overleefden. Op populatieniveau was het belangrijker dat de mens uit het gebied verdween dan de straling.’

Stralingsdeskundige Ronald Smetsers van het RIVM is niet verbaasd over de hoeveelheid wildleven: ‘De meeste mensen denken dat straling alles doodt, maar wat straling doet, is DNA kapot maken.’En dat leidt weer tot een grotere kans op tumoren en misvormingen. Niet alles wat leeft verdwijnt dus, maar organismen krijgen het een stuk moeilijker.

Misvormde snavels
In de afgelopen decennia stuitten biologen keer op keer de negatieve gevolgen van de radioactiviteit voor de flora en fauna in de Tsjernobyl Exclusion Zone: het aantal vogels, knaagdieren, insecten en reptielen nam af. Sommige vogels hadden misvormde snavels, ogen of staarten. Bladeren verteerden in besmette bossen langzamer dan in onbesmette bossen.

Per e-mail geeft Tim Mousseau, een bioloog die veel onderzoek heeft gedaan rond Tsjernobyl, dan ook kritisch commentaar op de jongste studie: ‘Deze studie kijkt alleen naar de grote zoogdieren en niet naar de meerderheid van de dieren, zoals vogels, kleine zoogdieren en insecten. De studie geeft ook geen antwoord op de vraag wat het effect van straling is op de voortplanting, de overlevingskansen en de gezondheid van de individuele dieren.’

De precieze reactie van dieren en planten op de radioactieve fall-out bij Tsjernobyl verschilt sterk van soort tot soort. Dennen bleken veel slechter tegen de straling te kunnen dan berken. Migrerende boerenzwaluwen hadden het in de Zone veel moeilijker dan de niet-migrerende soort. Tarwezaden uit die regio die na de kernramp in het laboratorium verder werden gekweekt, leverden zelfs 25 jaar later, na duizenden generaties, nog nakomelingen vol genetische defecten. Een experiment met sojabonen liet echter zien dat de sojaplant zich op moleculair niveau veel beter weet te wapenen tegen de gevolgen van straling. De kampioen overleven in een radioactieve omgeving is de radiodurans-bacterie. Deze weerstaat zelfs een dosis drieduizend maal zo hoog als dodelijk is voor mensen. 

Politieke druk
Een andere negatieve reactie op de publicatie komt van bioloog Anders Pape Møller, die ook veel onderzoek heeft verricht in de Tsjernobyl Exclusion Zone. Hij laat desgevraagd per e-mail weten: ‘De data werden verzameld door Wit-Russen. Ik vertrouw de data niet. Wit-Rusland is een dictatuur en na 1986 zijn wetenschappers die negatieve resultaten publiceerden gevangen gezet. Maar anderen, die ‘positieve’resultaten publiceerden, behielden hun baan.’

Op de achtergrond lijken diverse belangen met elkaar te botsen. Veel biologen zien de Zone het liefst als een reservaat en als een plek voor wetenschappelijk onderzoek. Laat de mens maar wegblijven, vinden zij. Maar Oekraïne en Wit-Rusland zijn geïnteresseerd om van het gebied een toeristische trekpleister te maken of zelfs weer geleidelijk te bevolken. 

In ieder geval heeft de Tsjernobyl-ramp voor een forse verschuiving gezorgd in het ecosysteem. Grote zoogdieren zoals elanden, reeën, herten, wilde zwijnen blijken te hebben geprofiteerd van de lege ruimte die de mens heeft achtergelaten, maar over het geheel is de biodiversiteit in de Zone afgenomen.

Deze week werden ook de Nobelprijzen bekend gemaakt. Zowel de Nobelprijs voor natuurkunde als die voor de scheikunde en de literatuur hebben - ongetwijfeld geheel toevallig - met de gevolgen van radio-activiteit te maken.

Neutrino's (Nobelprijs Natuurkunde) komen onder andere vrij tijdens radio-actief verval; DNA-reparatie (Nobelprijs Scheikunde) treedt onder andere op nadat radio-activiteit het DNA in een cel heeft beschadigd; en tenslotte is een van de bekendste werken van Svetlana Aleksijevitsj (Nobelprijs Literatuur) het boek 'Wij houden van Tsjernobyl' over de lotgevallen van mensen die bij de ontploffing van de kerncentrale in Tsjernobyl aanwezig waren en daar hun leven lang de gevolgen van hebben ondervonden.

J.T. Smith et al, 'Long-term census data reveal abundant wildlife populations at Chernobyl', in Current Biology, 5 oktober 2015.