Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu / Focus en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
groep vluchtelingen onderweg in Griekenland

Vorige keer zagen we dat het erg moeilijk is om oorlogsvluchtelingen tegen te houden en dat je er als land een reeks negatieve bij-effecten mee creëert. Maar zullen deze vluchtelingen Nederland ook economisch beter maken, of mogen we niet enkel met zo’n visie naar het vluchtelingendebat kijken?

Afgelopen zondag deed minister van economische zaken Henk Kamp (VVD) zo'n opmerkelijke uitspraak in het actuaprogramma Buitenhof: ‘Ik denk dat het niet goed is voor onze economie als je mensen krijgt die in een hele andere omgeving zijn opgegroeid, die een andere cultuur en opleiding hebben, en over andere diploma’s bezitten, als ze die al hebben. Daarom denk ik dat er heel veel zou moeten gebeuren om ze in een land als Nederland te betrekken en te integreren. Dus ik zie dit niet als iets dat goed is voor onze economie.’

Dat vonden we wat vreemd. The New Scientist publiceerde een maand geleden juist een artikel met de kop: ‘Why welcoming more refugees makes economic sense for Europe’. Welke stelling is dan de juiste? Een rondgang langs migratie-experts maakt al snel duidelijk dat eenvoudige conclusies moeilijk te trekken zijn.

Han Entzinger (Erasmus Universiteit Rotterdam): ‘Je moet altijd heel goed opletten welke factoren onderzoekers in studies opnemen en welke niet. Welke onderzoeksgroepen meet je? Welke generaties tel je mee? Is onderwijs een kostenpost of een investering? Over zulke zaken kun je eindeloos discussiëren. Het Centraal Planbureau kwam bij de eerste generatie Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten bijvoorbeeld op een negatief cijfer uit, omdat velen van hen in de werkloosheid belandden in een tijd waarin het economisch slechter ging dan nu. Desondanks doet de tweede generatie nu minder frequent beroep op uitkeringen dan het gemiddelde van de Nederlandse bevolking en zijn de kleinkinderen hoger op de sociale ladder komen te staan. Bovendien zijn en waren Turken en Marokkanen natuurlijk niet de enige migratiegroepen. We hebben ook hooggeschoolde werknemers die met internationale bedrijven meekomen. Als je die ook in een kosten-baten-analyse meeneemt, dan krijg je andere resultaten.’

Ondanks deze grote verscheidenheid aan onderzoeksmodellen bestaat er onder economen toch de algemene consensus dat migratie een positief effect op de economie heeft, al is dat effect meestal klein. Volgens Aslan Zorlu van de Universiteit van Amsterdam is dat effect voor Nederland de afgelopen decennia zelfs neutraal gebleken, deels door het type migratiebeleid dat Nederland door de de jaren heen voerde. ‘In het Verenigd Koninkrijk ziet men juist een sterk positief effect, omdat het in haar beleid er ook naar streefde om gepaste profielen binnen te halen. Nederland was over het algemeen, zoals vele andere Europese welvaartsstaten, bezig om mensen vooral tegen te houden.’

Het onfortuinlijke verleden van de politieke vluchteling

Op het artikel van The New Scientist kun je best veel kritiek geven. Het vermeldt namelijk een aantal studies over de positieve economische effecten van migratie en probeert daar dan het economisch nut van vluchtelingen mee aan te tonen. Dat is misleidend, want politieke vluchtelingen zijn slechts een kleine groep vergeleken met de totale immigratiepopulatie. En volgens Aslan Zorlu heeft het verleden aangetoond dat slechts een klein deel van politieke vluchtelingen uiteindelijk op de Nederlandse arbeidsmarkt belandde. De meerderheid bleef dus afhankelijk van sociale voorzieningen en had daardoor een grotere kans op armoede.

Ook delen hij en andere migratiewetenschappers dezelfde bezorgdheden als minister Kamp inzake verschillen in onderwijsniveau en diploma’s. Zorlu voegt daar bovendien nog aan toe dat vele oorlogsvluchtelingen met trauma’s kampen en zo door psychologische problemen niet alleen werkonbekwaam worden, maar ze ook in therapie moeten gaan.

Syrische vluchtelingen demonstratie  Budapest treinstation vluchtelingencrisis

Actie verreist

Toch wil geen enkele van de onderzoekers beweren dat het voor de huidige vluchtelingenstroom automatisch op dezelfde manier zal verlopen. In tegendeel, het leek wel alsof minister Kamp de problemen als een logische evidentie zag, terwijl de wetenschappers er juist van overtuigd zijn dat politiek beleid deze problemen voor een groot deel kan compenseren.

Zorlu: ‘Die administratieve regels inzake diploma’s en werkervaringen zijn soms zo rigide dat ze vluchtelingen onnodig verhinderden om te werken. En dat, terwijl velen wel over de nodige competenties beschikken om langdurig openstaande vacatures in te vullen. Als ze na twee jaar geen werk vinden, is het voor hen vaak te laat en blijven ze afhankelijk  van sociale voorzieningen.’ Ook Henk van Houtum van de Radboud Universiteit benadrukt dat de overheid, naast extra schoolvoorzieningen in onder meer taal, een snelle procedure zou moeten instellen om de competenties en vaardigheden van de vluchtelingen in kaart te brengen.

Dit brengt natuurlijk extra kosten met zich mee, maar volgens de wetenschappers moet je dit als een investering zien. Er is natuurlijk geen waterdichte garantie op succes, maar als de vluchtelingen eenmaal aan het werk zijn, komt dat de Nederlandse economie en de integratie alleen maar ten goede. Ruerd Ruben van Wageningen University: ‘Ze betalen belastingen, ze leveren bij aan het sociale stelsel en pensioenpremies, ze bouwen sociale vaardigheden en netwerken op, enzovoort. Als je hen ook nog die job kunt laten uitoefenen waarvoor ze eigenlijk opgeleid zijn, is hun gevoel van eigenwaarde maximaal. En als ze voldoende kapitaal hebben opgebouwd kunnen velen met opgeheven hoofd terug naar hun thuisland in het geval de oorlog voorbij is.’

Han Entzinger heeft wel twijfels of West-Europa meteen behoefte heeft aan laaggeschoolde arbeidskrachten, aangezien veel mensen uit Oost-Europa (zoals Bulgarije, Polen, Roemenië) deze vacatures nu invullen. Melissa Siegel (UNU-Merit) herinnert dan weer aan het feit dat vele Syrische migranten bijvoorbeeld niet laaggeschoold zijn. ‘Natuurlijk is niet elke Syriër hooggekwalificeerd, maar voor de oorlog had Syrië een grote geschoolde middenklasse. Dat menselijk kapitaal zo maar laten wegkwijnen is een enorme gemiste kans, te meer omdat veel Syriërs zeer gemotiveerd zijn om hier aan de slag te gaan. Bovendien is het een grote misvatting dat de ene ingepikte job andere mensen automatisch van werk uitsluit. Elke werknemer geeft immers weer een deel van zijn loon uit. Als dat geld hier wordt uitgegeven, dan is dat goed voor onze economie en komen er zo weer ergens anders nieuwe jobs bij.’

Mensen zijn geen economische robots

Verder is er natuurlijk nog het klassieke argument dat een vergrijzend Nederland in de toekomst nieuwe arbeidskrachten nodig heeft om de economie en het huidige AOW-stelsel draaiende te houden. George Groenewold (NIDI) bevestigt deze stelling met cijfers van Eurostat. Vergeleken met 2010 zal de Nederlandse potentiële beroepsbevolking in 2030 met ongeveer 608.000 personen verkleinen. Tussen 2010 en 2050 zelfs met 1.100.000.

Dit zijn echter zulke grote getallen dat economen maar al te goed beseffen dat immigratie alleen deze tekorten nooit kan oplossen. Je kunt migranten misschien massaal laten instromen, maar hun profielen moeten wel aansluiten met de openstaande vacatures. En vooral voor laaggeschoolde migranten is dat vaak een probleem. Bovendien kunnen nieuwe arbeidsbesparende productiemethoden de arbeidstekorten deels opvangen.

Daarnaast wil Groenewold er op wijzen dat we vluchtelingen en andere migranten nooit alleen als economische werkkrachten mogen beschouwen. Groenewold: ‘Het is heel belangrijk dat wij en de nieuwe vluchtelingen het goed met elkaar kunnen vinden, vooral op het gebied van normen, waarden en gewoonten. Zo niet, dat kunnen er parallelle werelden ontstaan binnen Nederland, waarbij groepen langs elkaar heen leven en intolerantie en naijver op de loer ligt. Ik mis het debat hierover in media en de politiek.’

En dan heeft Groenewold het niet alleen over het bestaan van mogelijke Syrische kindhuwelijken. Net zoals vele andere Arabische immigranten leven Syriërs bijvoorbeeld nog vaak volgens het traditionele rollenpatroon van een werkende vader en een thuisblijvende moeder. De arbeidsdeelname van Syrische vrouwen behoort zelfs tot de allerlaagsten in de wereld.

Volgens Ruben is dat economisch geen probleem omdat gezinnen van eenverdieners in Nederland zelfs in zo’n situatie al vaak meer aan de schatkist bijdragen dan dat ze in sociale premies terugkrijgen. Groenewold: ‘Dat kan economisch dus goed uitvallen, maar zijn we ook bereid om te aanvaarden dat een nieuwe generatie meisjes door dat rollenpatroon van hun ouders de kans niet krijgen om verder te studeren en te werken? Laten we zulke zaken ook niet vergeten.’

De migratiewetenschappers die aan dit artikel meewerkten zijn:

Han Entzinger, socioloog en hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam.
George Groenewold, demograaf voor het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).
Ruerd Ruben, ontwikkelingseconoom bij de Radboud University Nijmegen en Wageningen University.
Melissa Siegel, hoofd van de researchgroep bij migratiestudies bij Maastricht University (UNU-Merit).
Henk Van Houtum, hoofd van het Nijmegen Centre for Border Research, Radboud Universiteit en tevens hoogleraar Geopolitiek van Grenzen aan de Universiteit Bergamo.
Aslan Zorlu, assistent-professor economische migratie aan de Universiteit van Amsterdam.