Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

Wormenflat 3

Je groente- en fruitafval kun je makkelijk zelf composteren in een zelfgemaakte wormenbak. Met een paar zwarte emmers van de bouwmarkt zet je snel een wormenflat in elkaar.

Wat heb je nodig? 

  • 3 of 4 grote zwarte bouwemmers (20 liter)

  • Een scherp mes

  • Een boor om gaatjes mee in de emmerbodems te boren

  • Een stuk watervast multiplex, om de houten afsluitcirkels uit te zagen

  • Een decoupeerzaag

  • Wormenstart (een mengsel van wormen, composterend gft-afval en papiersnippers)

Bij de onderste emmer boor je geen gaatjes in de bodem. Dat is de opvangbak waarin het vocht sijpelt dat tijdens het composteren vrijkomt. Dit vocht heet ‘worm tea’ of ‘wormenpis’, ‘t is maar wat je het sjiekst vindt klinken. Het is te gebruiken als vloeibare plantenmest, maar je moet het wel aanlengen met ruim water, in een verhouding van minstens 1:10.

Emmers wormenflat

Snijd met een scherp mes de hengsels los van de bovenkant van de emmers en boor gaatjes in de bodems. Zaag uit het multiplex een afsluitende houten cirkel die je om de emmer knelt. Je kunt de emmer gebruiken om mee af te tekenen. Houd de bovenkant aan als buitenrand, en maak het gat in de cirkel 0,5 cm groter dan de bodem. Zo houd je een beetje ruimte tussen de emmers en sluit je het gat ertussen af.

wormenflat 2

Klem de multiplexrand om de emmer en zet hem op de onderste. En stapel de andere er ook op. De bovenste emmer met de gaatjes is de eerste plek waar de wormen gaan wonen en werken.

Wormenstart

Het wormenmengsel kreeg ik van wormenfluisteraar Monique Dubbelman. In haar ‘wormenstart’ zat het volgende: een flinke hand tijgerwormen uit haar wormencompostbak met wat groenteafval dat al aan het composteren was. Verder wat kokosvezels, net zoveel als de hoeveelheid wormen en groenteafval. En verder nog een handvol papiersnippers. Goed mengen en als het in de emmer zit, deze goed afsluiten.

Wormenmengsel

Wormen met stress kruipen namelijk door de kleinste gaatjes. Eventueel kun je er een lamp opzetten, de wormen vinden licht heel irritant en een lamp houdt ze in de bak. Daarom kun je het best zwarte, lichtdichte emmers gebruiken. Als ze eenmaal gesetteld zijn, gaan ze niet meer zo snel op avontuur.

Wat voer je aan de wormen?

Je kunt nu beginnen met het langzaam toevoegen van groente- en fruitafval. Maar ook koffiedik, theezakjes en eierschalen kunnen erin. Begin langzaam. De stukjes groente kun je een beetje kleiner snijden. Gooi er iedere dag een beetje bij, niet eens in de week de schillen van tien perssinaassappels en tien kilo aardappels, doseer het een beetje. Gooi alleen biologische groenresten in de bak, anders komen er insecticiden bij en dat vinden wormen echt niet lekker. Wat je er ook niet in moet gooien: gekookte etensresten, vlees, vet, of te grote hoeveelheden citrusfruitresten.

Is de bovenste emmer vol, dan zet je één van de lege emmers erbovenop. Als de wormen het aanwezige groenafval hebben verteerd, zullen ze op zoek gaan naar verser afval, ze kruipen dan door de gaatjes in de bodem van de emmer erboven. Als de onderste emmer uitgecomposteerd is, kun je de compost gebruiken, de emmer schoonmaken en weer bovenop zetten.

Lekker warm, maar niet té

Als de wormen eenmaal de slag te pakken hebben, gaat het eigenlijk vanzelf. Mochten de wormen zich explosief vermeerderen dan kun je ze gewoon in de tuin of in je composthoop loslaten. Zet de wormenflat niet in de zon en niet in de regen, het moet vochtig zijn in de bak, maar niet te nat. De temperatuur moet een beetje constant zijn. De ideale temperatuur is kamertemperatuur.

Hoe kouder het wordt, hoe trager het composteerproces verloopt. Deze winter heb ik de flat op een beschutte plek tegen mijn gevel aangezet. De wormen overleefden de kou en zijn alweer druk in de weer.

Over de auteur

Gerda Bosman is eindredacteur van De Kennis van Nu TV. Daarvoor werkte ze als wetenschapsredacteur bij het radioprogramma Nieuws en Co, elke werkdag te horen op NPO Radio 1. Samen met wetenschapsjournalist Corlijn de Groot schreef ze een boek over twee van haar interesses, wetenschap en tuinieren: De Tuin als Lusthof en Slagveld

Ontdek meer in de special