Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Mobiel bellen

Krijg je kanker van je mobiele telefoon? Nee, al is een heel klein effect vooralsnog niet helemaal uit te sluiten, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie. Maar tv-programma Zembla doet alsof er groot gevaar dreigt.

‘Houdt hem niet tegen je oor, draag hem niet in je binnenzak en leg hem niet vlak naast je op het nachtkastje: de mobiele telefoon. Want de straling die ons mobieltje uitzendt is mogelijk kankerverwekkend, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie die vorig jaar onderzoek deed naar gezondheidsrisico’s en mobiel bellen. Het wereldwijd toenemen van hersen- en oortumoren brengt de WHO in verband met langdurig bellen. Vooral kinderen lopen risico, omdat telefoonstraling dieper het kinderbrein binnendringt dan bij volwassenen. Om kinderen te beschermen hebben landen als Frankrijk en Oostenrijk mobiel bellen op scholen verboden. In Nederland is het opvallend stil. In ZEMBLA aandacht voor de onderschatte gevaren van de mobiele telefoon.’ (lees meer)

En, breekt het angstzweet je al uit? De onderschatte gevaren van de mobiele telefoon, dat klinkt alarmerend. En kanker is sowieso altijd eng. Maar laat je niet bang maken. Het kan natuurlijk zijn dat Zembla aanstaande vrijdag met schokkende onthullingen komt die spijkerhard aantonen dat straling uit mobiele telefoons levens kost. Toch is dat heel onwaarschijnlijk, aangezien de resultaten van wetenschappelijk onderzoek tot nu toe juist heel geruststellend zijn. Dat hoeft u natuurlijk niet zomaar van me aan te nemen, dus ik ga dit artikel voorzien van veel links naar mijn bronnen.

Zorgen over mogelijke kankerverwekkendheid van mobieltjes zijn er al bijna net zo lang als de draagbare telefoons zelf. Of zelfs langer, want mogelijke gevaren van elektromagnetische straling, van radio’s en tv’s bijvoorbeeld, worden al sinds 1900 onderzocht. Zouden deze onzichtbare stralen (of golven, zo kun je ze ook noemen) effecten hebben op levende cellen?

Het zou niet raar zijn, aangezien andere vormen van straling dat ook hebben. Te lang in fel zonlicht zitten verhoogt bijvoorbeeld de kans op huidkanker en dagelijks een serie röntgenzelfportretten maken is ook niet aan te raden. Beide vormen van straling (ultraviolet licht in het geval van de zon) beschadigen het DNA. Meestal wordt die schade snel weer gerepareerd, maar soms gaat dat mis en ontstaat een kankercel.

Maar gelukkig, de straling die voor radio’s en mobiel telefoonverkeer wordt gebruikt, laat het DNA ongemoeid. Toch zijn er wel effecten. Ten eerste: cellen worden warmer, want net als in een magnetron wordt een deel van de straling omgezet in warmte. Bij gewoon telefoongebruik is dat zo miniem, dat het geen kwaad kan.

Een tweede effect is meer omstreden. Er lijken allerlei subtiele effecten  te zijn op de aanmaak van eiwitten. Al valt dat in ieder onderzoek weer anders uit, wat twijfels oproept over de kwaliteit van deze proeven. Stel dat het klopt, dan is de volgende vraag: gebeurt dat ook als de cellen niet in een bakje liggen, maar in een mensenhoofd zitten? En zo ja, is het gevaarlijk?

Als dat zo is, mag je verwachten dat daar inmiddels in de echte mensenwereld iets van te merken zou zijn. Want de meerderheid van de wereldbevolking heeft tegenwoordig een mobiele telefoon.

En, komen hersentumoren nu meer voor dan vroeger? In de wetenschappelijke literatuur is het antwoord duidelijk: nee. Niet in Engeland tussen 1998 en 2007, niet in heel Europa tussen 1995 en 2002, en in Japan steeg het aantal gevallen tussen 1974 en 1987 en daalde het vervolgens tot 2004.

Kanker in het centrale zenuwstelsel is hoe dan ook erg zeldzaam. De kans dat je dit jaar zo’n tumor krijgt is ongeveer één op dertienduizend, hetzelfde als twintig jaar geleden. Als er wereldwijd meer hersen- en oortumoren voorkomen, zoals Zembla zegt, dan zal dat voornamelijk komen doordat de wereldbevolking is toegenomen.

Er is in de afgelopen vijftien jaar veel onderzoek verricht dat specifiek probeerde te achterhalen of mensen met hersentumoren veel of weinig mobiel gebeld hebben. Meestal was de conclusie dat er geen aantoonbaar gevaar was, soms werd er toch een mogelijk zwak verband gevonden met zeldzame typen tumoren. Dat zou dan alleen gelden voor de mensen die het meeste belden – met vroege typen telefoons, die sterkere straling genereerden dan de huidige toestellen.

Het grootste onderzoek tot nu toe is de Interphone-studie van de WHO, waarnaar Zembla verwijst. 2425 meningeoompatiënten, 2765 glioompatiënten en 7658 controlepersonen uit dertien landen zijn daarvoor ondervraagd over hun belgedrag in de afgelopen jaren. Heeft u het jaar voor de peildatum (de diagnose in het geval van de patiënten) mobiel gebeld? De controlepersonen zeiden daarop iets vaker ‘ja’ dan de kankerpatiënten.

Gematigde bellers leken dus juist minder vaak dan niet-bellers getroffen te worden door deze zeldzame tumoren, iets wat ook bij eerdere onderzoeken is gevonden.

Mobiel bellen beschermt tegen hersentumoren? Dat is wel erg onwaarschijnlijk, schrijven de onderzoekers . Ze denken dat er een vertekend beeld ontstaat door de onderzoeksopzet, al kunnen ze niet goed de vinger op de zere plek leggen.

Er zaten wel iets meer echte veelbellers tussen de patiënten. Of dat echt betekent dat dit een oorzaak is van de tumoren, is maar de vraag. Het lijkt erop dat sommige patiënten hun telefoongebruik overdrijven, misschien onbewust. Er zaten namelijk ook onrealistisch hoge schattingen tussen, meer bij de mensen die kanker hadden gekregen dan bij de gezonde personen.

Toch blijft er wat ruimte voor twijfel. Tumoren zaten net iets vaker aan de kant waar de patiënten zeiden dat ze hun telefoon altijd hielden. En het zou natuurlijk heel lang kunnen duren voordat de telefoonstraling leidt tot tumoren. Als dat meer dan tien jaar is, is het moeilijk aan te tonen. De Zweedse oncoloog Lennart Hardell, een van de verontruste wetenschappers die in Zembla aan het woord komen, doet hier al een tijd onderzoek naar en meende in 2008 te hebben aangetoond dat mobiel bellen het risico tien jaar later met zo’n 30 procent verhoogt – zo ongeveer van 1 op dertienduizend naar 1 op tienduizend. In 2011 kwam daar dit artikel bij, waarin hij eerdere resultaten samenvat en concludeert dat het risico een stuk hoger uitvalt. Vreemd, want intussen steeg het aantal kankergevallen dus niet.

In een ander onderzoek heeft hij nabestaanden van kankerpatiënten ondervraagd. Daaruit kwam een significant verband met belgedrag, maar het is de vraag of nabestaanden van iemand die aan hersenkanker is overleden daar een goede, onbevooroordeelde inschatting van kunnen maken.

Anders dan de VARA-journalisten beweren, legt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hooguit een ‘mogelijk’ verband tussen langdurig bellen en hersen- en oortumoren, die bovendien niet vaker voorkomen dan vroeger. Zoals de organisatie het zelf formuleert: [Het Interphone-onderzoek] ‘heeft geconcludeerd dat de apparaten de kans op hersenkanker niet verhogen, afgezien van een mogelijk licht verhoogde kans op tumoren bij de meest intensieve gebruikers.’

Waarom dan toch die classificatie ‘mogelijk kankerverwekkend’, categorie 2B in WHO-jargon? Omdat een klein effect, bij een klein deel van de bellers, dus niet helemaal uit te sluiten is. In dezelfde categorie ‘mogelijk kankerverwekkend’ vallen koffie en het werken in een stomerij of als brandweerman. (hier is de volledige lijst) . Het valt dus niet in categorie 2A, ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’, of in categorie 1, ‘kankerverwekkend’.

Samengevat: er zijn vooral veel aanwijzingen dat mobiele telefoons niets met hersenkanker te maken hebben, maar de angst blijft en wordt door sommige journalisten gretig aangewakkerd. ‘De Nederlandse overheid neemt geen voorzorgsmaatregelen uit vrees voor onnodige onrust’, schrijft Zembla. Misschien heeft het er ook mee te maken dat er gewoon geen reden is voor onrust.

Wat overigens niet wil zeggen dat mobiel bellen ongevaarlijk is. Telefoneren leidt af, en dat kan tot verkeersongelukken leiden. Ook handsfree bellen achter het stuur is daarom niet veilig.

 Update: op De Nieuwe Reporter heeft collega Nadine een analyse van de uitzending gemaakt, met stevige kritiek.