Nieuwsbrief

Blijf wekelijks op de hoogte van het beste uit De Kennis van Nu en het laatste nieuws!

MELD JE AAN
Michael Phelps zwembad Rio

Misschien denk je dat het voor een keer geen kwaad kan, maar plassen in een zwembad is bijzonder antisociaal en niet goed voor de portemonnee. Canadese onderzoekers menen een manier gevonden te hebben om op een efficiënte manier de hoeveelheid urine in een zwembad in te schatten.

Eigenlijk is het zeer simpel. Hoe meer urine er in het zwembad belandt, hoe groter de kans dat andere zwemmers er de beruchte irriterende ogen of zelfs ademhalingsproblemen van krijgen. Urine mag dan steriel zijn, het bestaat onder meer uit de chemische verbinding ureum met daarin stikstof. Deze stikstof reageert met het chloor uit het zwembad en het zijn deze chemische verbindingen (zogenaamde chlooramines) die andere zwemmers het leven zuur maken.

Je hoort wel eens dat sommige zwembaden een chemische stof bezitten waarmee je direct aan de kleur van het water kunt zien of iemand in het water zit te plassen. Maar dat dit kan, is een broodje aap verhaal. Je kunt wel samples uit het water halen en daarvan de ureum meten. Maar dat is voor onderzoekers erg omslachtig, want je moet er veel stappen voor ondernemen, en het vraagt een tijdje voor de kleurreacties ontstaan.

Zoetstof als ideaal meetmiddel?

Wetenschappers van de University of Alberta (Canada) denken nu een manier gevonden te hebben om de hoeveelheid urine in zwembaden gemakkelijker te kunnen inschatten. Ze merkten op dat een bepaalde suikervervanger in sommige voedselproducten en dranken, genaamd Acesulfaam-K (of E950), niet afgebroken wordt door het menselijk lichaam. Naast ureum zou urine dus ook deze stof kunnen bevatten.

Door samples uit twee zwembaden op Acesulfaam-K te testen, schatten de onderzoekers in dat er in twee zwembaden 26,5 en 75,7 liter urine te vinden was. Ze vermelden er niet bij hoeveel mensen in de zwembaden hadden gezwommen. Maar als je weet dat een menselijke blaas gemiddeld 0,4 liter bevat, dan kom je dus in principe op 66 en 189 zwembadplassers uit. Maar voor je nu nooit meer een stap in een zwembad zet: in verhouding met de totale hoeveelheid water uit de zwembaden liggen de concentraties van de urine bij de 0,006 en 0,009 procent. Dat blijft dus bijzonder laag.

Ook is het moeilijk om te zeggen dat de cijfers uit de studie exact zijn en voor elk zwembad gelden. Want er zijn minstens drie grote nuances te maken bij hoe de onderzoekers op hun berekeningen kwamen. Ten eerste neemt niet iedere persoon evenveel Acesulfaam-K in zich op omdat de stof niet in elk voedingsproduct zit. De hoeveelheid urine die in het zwembad belandt hangt eveneens af van de hygiëne van de bezoekers zelf.

En ten slotte kan Acesulfaam-K, net zoals ureum, ook via ons zweet afgescheiden worden. Dat de onderzoekers drie keer hogere concentraties Acesulfaam-K in bubbelbaden vonden dan in zwembaden, kan dus meer het gevolg zijn van het zweet dan urine. Dat alles doet dus vragen rijzen of de methode van de onderzoekers wel zo betrouwbaar is.

“Zwemmen blijft zeer gezond”

Civiel ingenieur Maarten Keuten (TU Delft) doet al jaren onderzoek naar hoe zwembadhygiëne verbeterd kan worden. Hij weet ons nog te melden dat zwembadwater ongeveer 100 dagen mee gaat en gemiddeld één procent per dag ververst wordt. Hij hoopt desondanks niet dat studies als deze mensen weerhouden om te gaan zwemmen, want zwemmen is en blijft een zeer gezonde activiteit. “Je zet talloze spieren in actie, de chloor in het zwembad desinfecteert alle viezigheid. En dat je ogen schade zouden ondervinden wanneer ze irriteren, daar lijkt geen bewijs te voor zijn.”

Volgens Keuten’s eigen berekeningen kunnen mensen ook maar liefst zestig à tachtig procent van het vuil uit het zwembad houden door simpelweg niet in het zwembad te plassen (30 à 40 procent) en voor het zwemmen even een halve minuut te douchen zonder shampoo (ook weer 30 à 40 procent).

Dat zelfs wereldzwemmers als Michael Phelps en Ryan Lochte verklaren dat ze in het water plassen vindt hij een zeer fout signaal. “Iedereen verliest er bij,” zegt Keuten. “De zuiveringskosten voor het zwembad gaan omhoog, en bezoekers worden door het idee van urine in het zwembad en de lichamelijke ongemakken afgeschrikt. En die combinatie zorgt ervoor dat de prijs voor een zwemkaartje hoger wordt en er minder zwemmers zijn. Maar daar denken weinigen aan.”