Welke ziektes had een 19e-eeuws weesmeisje?

Liesbeth Smits is archeoloog en onderzoekt menselijke resten. De botten van onze voorouders blijken ons nieuwe informatie over de geschiedenis te kunnen geven. Smits onderzoekt nu een verzameling van 1500 schedels van kinderen die tussen 1850 en 1900 werden begraven. De meesten van hen waren wees. Aan de schedels zie je hoe slecht deze kinderen eraan toe waren. Nog een doos met wat schedeltjes. De kasten staan vol. In elke doos zitten er vier of zes. En hier zit een schedel in van een meisje dat aan scheurbuik heeft geleden. Jeetje. Dat is vitamine C-gebrek. Maar scheurbuik associeer ik met schepen en matrozenziektes. Ja. Ik wist niet dat dat in 't alledaagse leven ook voorkwam. Ja. 't Is goed denkbaar dat in weeshuizen ook bepaalde tekorten waren in de voeding. En dat mensen sowieso niet begrepen wat belangrijk was. Dit is de onderkaak. Hier zien we een kleine verkleuring met een extra laagje bot. Dat is het gevolg van bloedinkjes. En dat wordt in verband gebracht met scheurbuik. En scheurbuik is nog maar één van de ernstige ziekten die Liesbeth Smits ontdekte bij een eerste onderzoek aan de collectie schedels. Wat we hier heel duidelijk zien is bloedarmoede in het dak van de oogkassen. Dat betekent dat 't lichaam gereageerd heeft op bloedarmoede. Door extra rode bloedcellen te maken. Dat gebeurt op dat soort specifieke plaatsen. Dan krijg je een poreuze botstructuur. In deze onderkaak is te zien een kies met een heel groot gat. Dat zal behoorlijk pijn hebben gedaan. Op den duur geeft dat een wortelpuntontsteking en abcessen. Hier is ook al bot verdwenen. Maar die meisjes moeten dan toch heel veel pijn hebben gehad? In de kaak, van de zweren? Dat denk ik wel. Maar mensen konden daar vroeger veel beter tegen, heb ik 't idee. Want in gebitten uit 't verleden had iedereen wel gaatjes en ontstekingen en wij nemen bij ieder pijntje een aspirientje of we gaan naar de huisarts. Ik denk dat wij veel minder gewend zijn en dat men daar vroeger mee leerde leven. Pijn hoorde bij het leven van alledag? Ja, maar het zal niet prettig zijn geweest. En 't humeur wordt ook niet beter met een groot gat in je kies. Deze twee kiezen hebben een hele grillige glazuurstructuur. En dat is het gevolg van aangeboren syfilis. Het is een indrukwekkend verhaal. Jonge kinderen met scheurbuik en ernstige infectieziekten in Amsterdam minder dan anderhalve eeuw geleden. De meesten van hen waren wees, toevertrouwd aan de zorg van de gemeenschap die niet kon verhinderen dat ze dood gingen ver voordat ze volwassen waren. De kinderschedels uit de vorige eeuw krijgen met het onderzoek van Smits een gezicht. Wow, wat een grote stap ineens. O, kijk nou. Met alle beschikbare informatie kan archeoloog Maja d'Hollosy reconstrueren hoe het weesmeisje er mogelijk uit heeft gezien. Maria Elisabeth leed aan aangeboren syfilis. En bij de reconstructie horen de sporen van deze slopende en toen ongeneeslijke infectieziekte. Een van de symptomen van syfilis, van deze syfilis is dus dat ze een ontsteking heeft aan haar ogen. O, god, jeetje. Dit is ook een van de symptomen die je vaak tegenkomt bij syfilis. Dat rond de mond allemaal kloofjes verschijnen en scheurtjes. En dat die ontstoken raken. Zo krijgt de narigheid van die tijd wel heel letterlijk een gezicht.